Sunday, March 06, 2005
Friday, March 04, 2005
Titia, het meisje van Ramulus (My first book)
Met een matig gangetje glijdt de blauwe Jaguar over de zonovergoten boulevard van Cannes. De blonde bestuurder heeft slechts aandacht voor de schaars geklede, bruinverbrande vrouwen die, op hoge hakken en met wiegende heupen, langs de zee paraderen. Scherp oplettend, of hij tussen al dit moois de blonde Titia kan ontdekken, vervolgt de man in de Jag rustig z’n weg.
Daar! Tussen twee palmbomen ziet hij, in een glimp, een bekend figuurtje in een lichtblauwe jurk. Haastig manoeuvreert de man z’n wagen naar de kant en rent naar de plek, waar hij het meisje heeft gezien. Hij ziet, dat z’n ogen hem niet hebben bedrogen. Het is inderdaad Titia die zich, een honderd meter verderop, voortspoedt. Met een kort sprintje heeft Hugo haar ingehaald en pakt haar bij een arm. Verschrikt draait het meisje zich om. Als ze ontdekt wie haar belager is, glijdt er een schaduw over haar mooi gezichtje en haar blauwe ogen worden plotseling donker en kil.
‘Laat me onmiddellijk los’, sist ze.
‘Rustig, rustig', hijgt Hugo. ‘Ik wil alleen even met je praten over wat er gisteravond is gebeurd’.
‘Je bent me geen verklaring schuldig, want ik wil niets meer met je te maken hebben’, zegt Titia op koele toon, terwijl ze zijn hand van zich afschudt.
‘Toch moet je me een kans geven om alles uit te leggen. Het meisje, waar je me mee zag, betekent niets voor me. Het was een kamermeisje, waarmee ik ooit een verhouding had, maar dat nu niets meer voor me betekent’. ‘Dan begrijp ik niet, wat ze in je bed te zoeken had’.
‘Ze heeft me overrompeld; me in mijn slaap verrast. Plotseling was ze er. En toen ik haar warme, blote lichaam tegen me aan voelde, dacht ik, dat jij het was en nog half in slaap heb ik haar toen genomen’.
‘Zo te zien met graagte, want je ging tekeer als een beest’.
‘Je weet, dat ik me altijd voor de volle honderd procent geef’, zegt Hugo met een lachje.
Het meisje kijkt hem peinzend aan en denkt terug aan de keren, dat hij haar naar een hoogtepunt voerde. Terwijl ze dit overpeinst, voelt ze een warme gloed door haar lijf trekken. Ze beseft, dat ze hem zal missen, als ze met hem zal breken. Plotseling besluit ze, voorlopig bij hem te blijven en rustig af te wachten wat de toekomst zal brengen. Ze draait zich om en loopt in de richting van de Jag die verderop langs de weg staat. Zonder verder nog een woord te zeggen, stapt ze in en laat zich in de zacht zoemende wagen wegvoeren.
2
‘Wakker worden meisje’.
Nog half in slaap draait Titia zich om en knippert tegen het zonlicht, dat overvloedig de kamer binnenstroomt.
‘Ontbijtje’, lacht Hugo.
‘Eerst iets anders’, zegt Titia, terwijl ze zich wellustig uitrekt. Ze laat haar hand tussen de omslag van zijn witte badjas glijden en voelt hem tussen haar vingers stijf worden. Met een kreetje trekt ze hem boven op zich. Met een vloeiende beweging leidt ze zijn gezwollen lid in haar vochtige schede, terwijl ze gelijktijdig haar lange benen om zijn middel slaat. Haar nagels krabben over zijn bruine rug en Hugo beweegt z’n onderlichaam cirkelgewijs tussen haar gespreide dijen. Haar steunen wordt luider en met een gesmoorde kreet gooit ze haar onderlichaam omhoog en de spieren in haar schede trekken zich samen. Hugo is nu ook zover en luid schreeuwend spuit hij zijn zaad in de warme, nauwe tunnel. Hijgend laat hij zich van haar afrollen en stil liggen ze nu naast elkaar.
‘Vanavond moeten we werken’, zegt Hugo terwijl hij zachtjes in een van haar omhooggerichte tepels bijt.
‘Niet werken’, mompelt Titia, ‘Alleen maar slapen en spelen’.
‘Toch zullen we gauw weer een goede slag moeten slaan, anders is het uit met ons luie leventje’, peinst Hugo.
Geluidloos glijdt de slanke wagen over de kronkelende kustweg tussen Cannes en Nice. De koplampen boren zich door het donker. Ingespannen tuurt Hugo naar de honderdmeterteller op het dashboard.
‘Hier moeten we er af’, zegt hij, terwijl hij fors afremt. ‘Hebbes’, grinnikt hij, terwijl hij het donker weggetje induikt, dat zich, nauwelijks zichtbaar, afbuigt van de kustweg. Na honderd meter stopt de wagen en stappen ze uit. Ze dragen donkere kleren en hebben hun blonde haren verborgen onder een zwarte pet.
‘Voorzichtig nu’, bromt Hugo.
Ze staan voor een ijzeren poort die een onderdeel vormt van een hoge stenen muur. Hugo neemt een doosje uit zijn schoudertas en drukt enkele toetsen in. Er klinkt een zachte klik en geruisloos zwaait het hek open. ‘Lang leve de elektronica’, glimlacht Hugo. ‘Blijf dicht achter me en maak geen onverwachte bewegingen schat’.
‘Oké’, fluistert Titia.
Hoewel deze nachtelijke uitstapjes voor haar heel gewoon zijn geworden, betrapt ze zich erop, dat haar hart in haar keel bonst. Als twee donkere schimmen glijden ze geruisloos langs de kant van de brede oprijlaan en bereiken al spoedig een groot, hoog gebouw, dat met donkere vensterogen de nacht in staart.
‘Weet je zeker, dat er niemand thuis is?’, vraagt Titia met een van spanning trillende stem.
‘Honderd procent zeker. We hebben tot morgenvroeg tijd, om alles rustig na te speuren’.
Met behulp van zijn deco ontsluit Hugo nu de zware voordeur. Het alarm, dat na deze handeling luid moet opklinken, blijft stil, daar het door het ingenieus apparaatje kort voor het ontsluiten van de deur werd uitgeschakeld.
‘Ik begrijp niet, dat de mensen nog steeds hun huis doormiddel van elektronica beveiligen’, grinnikt Hugo.
‘Mechanische sloten zijn heel wat moeilijker te openen’, beaamt Titia.
In de deuropening staande, laat Hugo z’n deco 120 graden ronddraaien, terwijl hij ingespannen naar de schaalverdeling op het apparaat tuurt. ‘Alles veilig meisje’, glimlacht hij. ‘Laten we naar binnen gaan’.
Voor een zware, eiken deur blijven ze staan. Ook deze deur laat zich moeiteloos openen. Ze staan nu in een weelderig ingerichte kamer, die zacht, indirect wordt verlicht. De mooiste kunstvoorwerpen staan er uitgestald.
‘Prachtig’, mompelt Hugo, terwijl hij een met parels bezette gouden kroon van een rank tafeltje opbeurt. ‘Jammer, dat we al dit moois niet mee kunnen nemen. We zullen ons moeten beperken tot de meest waardevolle voorwerpen, waarvan we zeker weten, dat we ze gemakkelijk van de hand kunnen doen’.
‘Dat zou ik zeker doen ‘, klinkt een stem uit de deuropening. Verschrikt draaien ze zich om en zien een grote, zwartharige man nonchalant tegen de deurpost leunen, terwijl hij een grote revolver op hen gericht houdt.
‘Ik weet jullie smaak te waarderen’, vervolgt de man, ‘En ook ik zal graag iets aan mijn verzameling toevoegen’.
Terwijl hij dit zegt, richt hij zijn revolver op Hugo en schiet deze een kogel door het hoofd.
‘Een voor de dodenverzameling en een voor de poppenverzameling’, grinnikt de man. Hij gebaart Titia met een beweging van zijn wapen, dat ze naderbij moet komen. Het meisje, verstard van schrik, reageert niet. De man komt naar voren en geeft haar een ferme draai om de oren. Titia’s ogen sperren zich wijd open. Met een schreeuw stort ze zich op de man en slaat hem met beide vuisten op de borst.
‘Wat een temperament, daar houd ik nu van’, lacht de man. Hij steekt het wapen achter zijn broekriem en met een vloeiende beweging drukt hij Titia’s armen tegen het lichaam en beurt haar als een veertje op. Hij neemt haar mee naar een naastgelegen kamer en gooit haar op een groot bed. Zijn grote handen rukken aan haar kleren en na enkele seconden ligt ze bloot op het bed. Met grote ogen ziet ze, dat haar belager zich ook van zijn kleren ontdoet. Even later staat er een harige reus met een enorme penis voor haar. Veel tijd om te kijken krijgt ze niet, want het volgend ogenblik voelt ze het grote ding bij zich naar binnen dringen. Ondanks alles voelt Titia zich vochtig worden en ze slaat haar lange benen om de heupen van haar belager. Deze gromt woest en boort zijn lid nog dieper in het huiverend meisje. Titia is nu weer volkomen bij zinnen. Terwijl de reus met een lange kreet klaarkomt, priemt ze met geweld twee vingers in de gesloten ogen van de man. Als een rubberbal vliegt deze omhoog en komt met een bons op de vloer naast het bed terecht. Nog even schopt hij met zijn benen en blijft dan doodstil liggen. Hijgend komt Titia overeind. Ze veegt haar besmeurde vingers af aan het satijnen laken en glijdt op de grond. Ze overtuigt zich, dat de man dood is en kleedt zich vlug aan. Haastig verlaat ze de kamer en spoedt zich naar Hugo die roerloos in een plasje bloed op het parket ligt.
‘Dood’, mompelt ze.
Ze huivert, maar vermant zich.
'Nu even goed nadenken meisje'.
Ze loopt naar de roerloze Hugo, knielt bij hem neer en streelt zijn blonde lokken. Ze neemt de deco van Hugo uit diens tas en stelt deze in op zes keer verkleinen. Het volgende ogenblik is de een meter tachtig lange Hugo veranderd in een miniatuur van drie cm. Vervolgens opent ze een luikje aan de bovenkant van de deco, stopt het poppetje erin en stelt het apparaat in op transporteren. Ze plaatst hem op een tafel, drukt op de activeringsknop en het volgend ogenblik is de deco verdwenen. ‘Zo, mijn vriend, ik wens je een goede reis en een behouden thuiskomst. Ik hoop, dat de Ouden op Ramulus nog iets voor je kunnen doen'.
Even staat ze in gepeins verzonken. Dan schudt ze haar blonde lokken naar achteren. Ze loopt naar het eiken bureau, dat voor het raam staat. Ze neemt plaats en haar ogen dwalen over het toetsenbord van een grijze computer die een groot deel van het bureau in beslag neemt . Ze opent een bestand en uit een reeks files kiest ze :’kamers’. Achtereenvolgens ziet ze alle kamers van het huis op het scherm verschijnen. De meeste kamers vertonen geen leven. Slechts twee zijn bewoond. In nummer dertien ziet ze twee meisjes, bijna nog kinderen, dicht tegen elkaar gedrukt, op een groot bed liggen. Ze dragen geen kleren en zijn beeldschoon. In de volgende kamer ziet ze ook twee meisjes. Deze zijn ouder, en liggen, ook naakt, op afzonderlijke bedden. Titia besluit deze twee het eerst een bezoek te brengen. Ze opent de plattegrond van het gebouw en ziet, dat de kamers niet ver zijn verwijderd van de kamer waar ze zich bevindt. Even later opent ze zonder moeite de deur van de kamer van de oudere meisjes. Die zijn vast in slaap. Met moeite gelukt het Titia een van hen wakker te krijgen. Verwezen staart het meisje haar met sterk vergrote pupillen aan. ‘Gedrogeerd’, mompelt Titia.................................
copyright harry barn. (harrybarn@hotmail.com)
Daar! Tussen twee palmbomen ziet hij, in een glimp, een bekend figuurtje in een lichtblauwe jurk. Haastig manoeuvreert de man z’n wagen naar de kant en rent naar de plek, waar hij het meisje heeft gezien. Hij ziet, dat z’n ogen hem niet hebben bedrogen. Het is inderdaad Titia die zich, een honderd meter verderop, voortspoedt. Met een kort sprintje heeft Hugo haar ingehaald en pakt haar bij een arm. Verschrikt draait het meisje zich om. Als ze ontdekt wie haar belager is, glijdt er een schaduw over haar mooi gezichtje en haar blauwe ogen worden plotseling donker en kil.
‘Laat me onmiddellijk los’, sist ze.
‘Rustig, rustig', hijgt Hugo. ‘Ik wil alleen even met je praten over wat er gisteravond is gebeurd’.
‘Je bent me geen verklaring schuldig, want ik wil niets meer met je te maken hebben’, zegt Titia op koele toon, terwijl ze zijn hand van zich afschudt.
‘Toch moet je me een kans geven om alles uit te leggen. Het meisje, waar je me mee zag, betekent niets voor me. Het was een kamermeisje, waarmee ik ooit een verhouding had, maar dat nu niets meer voor me betekent’. ‘Dan begrijp ik niet, wat ze in je bed te zoeken had’.
‘Ze heeft me overrompeld; me in mijn slaap verrast. Plotseling was ze er. En toen ik haar warme, blote lichaam tegen me aan voelde, dacht ik, dat jij het was en nog half in slaap heb ik haar toen genomen’.
‘Zo te zien met graagte, want je ging tekeer als een beest’.
‘Je weet, dat ik me altijd voor de volle honderd procent geef’, zegt Hugo met een lachje.
Het meisje kijkt hem peinzend aan en denkt terug aan de keren, dat hij haar naar een hoogtepunt voerde. Terwijl ze dit overpeinst, voelt ze een warme gloed door haar lijf trekken. Ze beseft, dat ze hem zal missen, als ze met hem zal breken. Plotseling besluit ze, voorlopig bij hem te blijven en rustig af te wachten wat de toekomst zal brengen. Ze draait zich om en loopt in de richting van de Jag die verderop langs de weg staat. Zonder verder nog een woord te zeggen, stapt ze in en laat zich in de zacht zoemende wagen wegvoeren.
2
‘Wakker worden meisje’.
Nog half in slaap draait Titia zich om en knippert tegen het zonlicht, dat overvloedig de kamer binnenstroomt.
‘Ontbijtje’, lacht Hugo.
‘Eerst iets anders’, zegt Titia, terwijl ze zich wellustig uitrekt. Ze laat haar hand tussen de omslag van zijn witte badjas glijden en voelt hem tussen haar vingers stijf worden. Met een kreetje trekt ze hem boven op zich. Met een vloeiende beweging leidt ze zijn gezwollen lid in haar vochtige schede, terwijl ze gelijktijdig haar lange benen om zijn middel slaat. Haar nagels krabben over zijn bruine rug en Hugo beweegt z’n onderlichaam cirkelgewijs tussen haar gespreide dijen. Haar steunen wordt luider en met een gesmoorde kreet gooit ze haar onderlichaam omhoog en de spieren in haar schede trekken zich samen. Hugo is nu ook zover en luid schreeuwend spuit hij zijn zaad in de warme, nauwe tunnel. Hijgend laat hij zich van haar afrollen en stil liggen ze nu naast elkaar.
‘Vanavond moeten we werken’, zegt Hugo terwijl hij zachtjes in een van haar omhooggerichte tepels bijt.
‘Niet werken’, mompelt Titia, ‘Alleen maar slapen en spelen’.
‘Toch zullen we gauw weer een goede slag moeten slaan, anders is het uit met ons luie leventje’, peinst Hugo.
Geluidloos glijdt de slanke wagen over de kronkelende kustweg tussen Cannes en Nice. De koplampen boren zich door het donker. Ingespannen tuurt Hugo naar de honderdmeterteller op het dashboard.
‘Hier moeten we er af’, zegt hij, terwijl hij fors afremt. ‘Hebbes’, grinnikt hij, terwijl hij het donker weggetje induikt, dat zich, nauwelijks zichtbaar, afbuigt van de kustweg. Na honderd meter stopt de wagen en stappen ze uit. Ze dragen donkere kleren en hebben hun blonde haren verborgen onder een zwarte pet.
‘Voorzichtig nu’, bromt Hugo.
Ze staan voor een ijzeren poort die een onderdeel vormt van een hoge stenen muur. Hugo neemt een doosje uit zijn schoudertas en drukt enkele toetsen in. Er klinkt een zachte klik en geruisloos zwaait het hek open. ‘Lang leve de elektronica’, glimlacht Hugo. ‘Blijf dicht achter me en maak geen onverwachte bewegingen schat’.
‘Oké’, fluistert Titia.
Hoewel deze nachtelijke uitstapjes voor haar heel gewoon zijn geworden, betrapt ze zich erop, dat haar hart in haar keel bonst. Als twee donkere schimmen glijden ze geruisloos langs de kant van de brede oprijlaan en bereiken al spoedig een groot, hoog gebouw, dat met donkere vensterogen de nacht in staart.
‘Weet je zeker, dat er niemand thuis is?’, vraagt Titia met een van spanning trillende stem.
‘Honderd procent zeker. We hebben tot morgenvroeg tijd, om alles rustig na te speuren’.
Met behulp van zijn deco ontsluit Hugo nu de zware voordeur. Het alarm, dat na deze handeling luid moet opklinken, blijft stil, daar het door het ingenieus apparaatje kort voor het ontsluiten van de deur werd uitgeschakeld.
‘Ik begrijp niet, dat de mensen nog steeds hun huis doormiddel van elektronica beveiligen’, grinnikt Hugo.
‘Mechanische sloten zijn heel wat moeilijker te openen’, beaamt Titia.
In de deuropening staande, laat Hugo z’n deco 120 graden ronddraaien, terwijl hij ingespannen naar de schaalverdeling op het apparaat tuurt. ‘Alles veilig meisje’, glimlacht hij. ‘Laten we naar binnen gaan’.
Voor een zware, eiken deur blijven ze staan. Ook deze deur laat zich moeiteloos openen. Ze staan nu in een weelderig ingerichte kamer, die zacht, indirect wordt verlicht. De mooiste kunstvoorwerpen staan er uitgestald.
‘Prachtig’, mompelt Hugo, terwijl hij een met parels bezette gouden kroon van een rank tafeltje opbeurt. ‘Jammer, dat we al dit moois niet mee kunnen nemen. We zullen ons moeten beperken tot de meest waardevolle voorwerpen, waarvan we zeker weten, dat we ze gemakkelijk van de hand kunnen doen’.
‘Dat zou ik zeker doen ‘, klinkt een stem uit de deuropening. Verschrikt draaien ze zich om en zien een grote, zwartharige man nonchalant tegen de deurpost leunen, terwijl hij een grote revolver op hen gericht houdt.
‘Ik weet jullie smaak te waarderen’, vervolgt de man, ‘En ook ik zal graag iets aan mijn verzameling toevoegen’.
Terwijl hij dit zegt, richt hij zijn revolver op Hugo en schiet deze een kogel door het hoofd.
‘Een voor de dodenverzameling en een voor de poppenverzameling’, grinnikt de man. Hij gebaart Titia met een beweging van zijn wapen, dat ze naderbij moet komen. Het meisje, verstard van schrik, reageert niet. De man komt naar voren en geeft haar een ferme draai om de oren. Titia’s ogen sperren zich wijd open. Met een schreeuw stort ze zich op de man en slaat hem met beide vuisten op de borst.
‘Wat een temperament, daar houd ik nu van’, lacht de man. Hij steekt het wapen achter zijn broekriem en met een vloeiende beweging drukt hij Titia’s armen tegen het lichaam en beurt haar als een veertje op. Hij neemt haar mee naar een naastgelegen kamer en gooit haar op een groot bed. Zijn grote handen rukken aan haar kleren en na enkele seconden ligt ze bloot op het bed. Met grote ogen ziet ze, dat haar belager zich ook van zijn kleren ontdoet. Even later staat er een harige reus met een enorme penis voor haar. Veel tijd om te kijken krijgt ze niet, want het volgend ogenblik voelt ze het grote ding bij zich naar binnen dringen. Ondanks alles voelt Titia zich vochtig worden en ze slaat haar lange benen om de heupen van haar belager. Deze gromt woest en boort zijn lid nog dieper in het huiverend meisje. Titia is nu weer volkomen bij zinnen. Terwijl de reus met een lange kreet klaarkomt, priemt ze met geweld twee vingers in de gesloten ogen van de man. Als een rubberbal vliegt deze omhoog en komt met een bons op de vloer naast het bed terecht. Nog even schopt hij met zijn benen en blijft dan doodstil liggen. Hijgend komt Titia overeind. Ze veegt haar besmeurde vingers af aan het satijnen laken en glijdt op de grond. Ze overtuigt zich, dat de man dood is en kleedt zich vlug aan. Haastig verlaat ze de kamer en spoedt zich naar Hugo die roerloos in een plasje bloed op het parket ligt.
‘Dood’, mompelt ze.
Ze huivert, maar vermant zich.
'Nu even goed nadenken meisje'.
Ze loopt naar de roerloze Hugo, knielt bij hem neer en streelt zijn blonde lokken. Ze neemt de deco van Hugo uit diens tas en stelt deze in op zes keer verkleinen. Het volgende ogenblik is de een meter tachtig lange Hugo veranderd in een miniatuur van drie cm. Vervolgens opent ze een luikje aan de bovenkant van de deco, stopt het poppetje erin en stelt het apparaat in op transporteren. Ze plaatst hem op een tafel, drukt op de activeringsknop en het volgend ogenblik is de deco verdwenen. ‘Zo, mijn vriend, ik wens je een goede reis en een behouden thuiskomst. Ik hoop, dat de Ouden op Ramulus nog iets voor je kunnen doen'.
Even staat ze in gepeins verzonken. Dan schudt ze haar blonde lokken naar achteren. Ze loopt naar het eiken bureau, dat voor het raam staat. Ze neemt plaats en haar ogen dwalen over het toetsenbord van een grijze computer die een groot deel van het bureau in beslag neemt . Ze opent een bestand en uit een reeks files kiest ze :’kamers’. Achtereenvolgens ziet ze alle kamers van het huis op het scherm verschijnen. De meeste kamers vertonen geen leven. Slechts twee zijn bewoond. In nummer dertien ziet ze twee meisjes, bijna nog kinderen, dicht tegen elkaar gedrukt, op een groot bed liggen. Ze dragen geen kleren en zijn beeldschoon. In de volgende kamer ziet ze ook twee meisjes. Deze zijn ouder, en liggen, ook naakt, op afzonderlijke bedden. Titia besluit deze twee het eerst een bezoek te brengen. Ze opent de plattegrond van het gebouw en ziet, dat de kamers niet ver zijn verwijderd van de kamer waar ze zich bevindt. Even later opent ze zonder moeite de deur van de kamer van de oudere meisjes. Die zijn vast in slaap. Met moeite gelukt het Titia een van hen wakker te krijgen. Verwezen staart het meisje haar met sterk vergrote pupillen aan. ‘Gedrogeerd’, mompelt Titia.................................
copyright harry barn. (harrybarn@hotmail.com)


